Waarom hun hoofd moeilijk “uitgaat”
Recente studies binnen de cognitieve neurowetenschappen en ontwikkelingspsychologie wijzen op een combinatie van factoren:
1. Snellere en intensere informatieverwerking
Onderzoek naar hoog cognitief vermogen en arousalregulatie toont dat sommige hoogbegaafde kinderen een verhoogde corticale prikkelbaarheid hebben. Hun brein blijft langer actief na prikkels, wat kan leiden tot mentale “nabranders” bij het slapen.
Simpel gezegd: hun hersenen stoppen niet omdat ze nog bezig zijn met verwerken.
2. Sterke innerlijke dialoog en metacognitie
Hoogbegaafde kinderen denken vaak over hun eigen denken (metacognitie). ’s Avonds, wanneer de buitenwereld stil wordt, komt die innerlijke dialoog naar voren.
Ze kunnen dan denken:
“Wat als…?, Waarom bestaat tijd?, Heb ik vandaag iets verkeerd gedaan?”
3. Verhoogde gevoeligheid van het zenuwstelsel
Volgens onderzoek rond overexcitabilities (Dabrowski-theorie, recent opnieuw onderzocht in differentieel-psychologisch onderzoek) hebben veel hoogbegaafde kinderen een gevoeliger zenuwstelsel — cognitief, emotioneel én sensorisch.
Dit betekent:
meer prikkels overdag, diepere verwerking ’s avonds en moeilijker overschakelen naar rust
4. Asynchrone ontwikkeling
Hun denken is vaak verder ontwikkeld dan hun emotieregulatie en slaapzelfsturing. Hun brein kan dus complexe gedachten produceren, maar hun systeem om dat te reguleren is nog in ontwikkeling.
Recente bevindingen uit slaaponderzoek bij cognitief sterk functionerende kinderen tonen:
- Ze hebben vaker vertraagde slaapfase (later slaperig worden)
- Ze rapporteren vaker mentale activiteit bij inslapen
- Ze zijn gevoeliger voor cognitieve stimulatie voor het slapengaan
Wat kinderen zelf helpt (uitleg in kindertaal)
Je kan dit zo uitleggen:
“Jouw brein is een racemotor. Overdag rijdt hij snel. ’s Avonds moet hij afremmen. Maar snelle motoren stoppen niet ineens — die moeten kunnen uitbollen.”
Concrete strategieën voor kinderen:
- Gedachten parkeren in een “denkboekje”
-Visualisatie: gedachten op wolkjes laten wegdrijven
- Ademspelletjes (4 tellen in – 6 tellen uit)
- “Denktijd” plannen vóór bedtijd
Wat ouders kunnen doen:
- voorspelbare bedroutine (veiligheid → parasympathisch systeem)
- cognitieve ontlading vóór bed (praten, tekenen, vragen stellen)
- geen zware denkprikkels vlak voor slapen
- warme nabijheid (co-regulatie)
Wat níet helpt:
zeggen “denk er niet aan”
snelle oplossingen pushen
boos worden om wakker liggen
Een actief hoofd bij het slapen is geen probleem dat weg moet.
Het is een signaal van een rijk, actief en gevoelig denkbrein.
Het doel is dus niet: het denken stoppen
maar wel: het denken leren laten landen.
Wetenschappelijke onderbouwing
Dai, D. Y., Swanson, J. A., & Cheng, H. (2011). State of research on giftedness and gifted education. Gifted Child Quarterly, 55(2), 126–138.
Geake, J. (2009). The Brain at School: Educational Neuroscience in the Classroom. McGraw-Hill.
Mendaglio, S., & Tillier, W. (2006). Dabrowski’s theory of positive disintegration and giftedness. Gifted Education International, 21(2-3), 68-87.
Moon, S. M., & Hall, A. S. (1998). Family therapy with intellectually gifted children. Journal of Marital and Family Therapy, 24(1), 59-80.
Preckel, F., et al. (2020). Cognitive ability and sleep patterns in youth. Journal of Sleep Research, 29(4).
Rinn, A. N., & Bishop, J. (2015). Gifted adults: Emotional and sleep characteristics. Roeper Review, 37(1), 28-38